fbpx
In Schitterende Isolatie | column

In schitterende isolatie – de scheppende mens in onszelf

De Vrije Hogeschool, die haar poorten opende in 1971, wil tijdgenoten ruimte bieden om intensief te werken aan het eigen levensmotief. Niet als doel op zichzelf, maar om een authentieke bijdrage te kunnen leveren aan de wereldontwikkeling, hoe bescheiden ook. Het ontwikkelen en behartigen van je levensmotief is een fundamenteel mensenrecht. Elk mens mag er zijn. Het complement is, dat elk mens de innerlijke opgave in zich draagt om naar vermogen bij te dragen. 

De westerse wereld is in de laatste 75 jaar in een fundamenteel andere verhouding komen te staan tot begrippen als levensmotief, lot of bestemming. We zijn niet meer op natuurlijke wijze aangesloten op een “hoger” weten. Het vertrouwen, het contact, is verbroken. Het existentiële drama waarin we ons nu bevinden beperkt ons volledig tot onze fysieke, chemische en biologische processen, die overal elders in de natuur worden gevonden. De ervaring van het absurde tegenover de grote lotgevallen bepaalt de stemming.

De initiatiefnemers van de Vrije Hogeschool vonden hun inspiratiebron in de antroposofie. Dit gedachtegoed behelst onder meer dat mens worden een pad is van innerlijke ontwikkeling, van het streven zo goed mogelijk te beantwoorden aan de scheppende mens in onszelf. De scheppende mens is de verbeelding van ons hoogste streven, ons beste zelf. De scheppende mens is niet het moraliserende superego, dat allerlei normen stelt waar je niet aan kunt voldoen. Het is niet iets of iemand die ons plichten oplegt, maar de verbeelding van onze vrije staat. Socrates noemde het zijn ‘daimonion’, zijn ‘goddelijk teken’. De stoïcijnen noemden hem de ‘hegemonikon’, de innerlijke stuurman. Door deze numineuze autoriteit- de autoriteit van een ander leven in dit leven – tot bron van bewustzijn te maken wordt de mens co-creator van de wereldontwikkeling. 

De scheppende mens is niet tijdelijk en uiterlijk maar tijdloos en innerlijk en ook in een Lock Down te ervaren. Ze hoort het lied waardoor de bomen ruisen en de vogels zingen, ze is in de helderheid van de sterrenacht. Ze is in de stilte van de natuur die niet door mensenmassa’s, lawaai of neonlicht wordt aangetast. Dichters en filosofen en minnaars kennen haar, schilders en musici zoeken haar steeds weer op. Ze is in de seizoenen en ze is in onze huizen. 

Shakespeare ’s tragedies en komedies voeren de eeuwige strijd in onszelf tussen de alledaagse mens met zijn kleine ambities en de scheppende mens met zijn goddelijke aspiraties steeds weer op. Richard II bijvoorbeeld, in de gevangenis geworpen, alleen met zijn gedachten, komt in zijn isolatie op het spoor van zijn ‘betere soort gedachten’ en hoe deze gedachten als koningen gevangen zijn in een stroom van nutteloze redeneringen: 

“Ik heb nagedacht over hoe ik deze gevangenis waarin ik leef met de wereld zou kunnen vergelijken. Maar omdat de wereld vol is met mensen en ik de enige ben die hier is, kan ik het niet doen. Toch kom ik er wel uit. […] Ambitieuze gedachten beramen onwaarschijnlijke wonderen, zoals het met de nagels van mijn hand door de muren van mijn cel graven, en deze gedachten sterven op hun hoogtepunt omdat ze nutteloos zijn. De ingebeelde gedachten vertellen zichzelf dat ze niet de eerste zijn om een slaaf van het geluk te zijn, en ze zullen ook niet de laatste zijn. Ze zijn als bedelaars die troost vinden in het feit dat anderen hen zijn voorgegaan en er weer anderen na hen zullen komen. Dus ik herberg vele mensen in mijn eigen hoofd, en geen van hen is tevreden. Soms ben ik koning, en dan weer doet het verraad van de wereld me wensen dat ik een bedelaar was, en dan ben ik dus een bedelaar…. De mens. Met niets zal hij tevreden zijn, tot hij verlicht is. Tot hij tevreden is niets te zijn.”

De ingebeelde gedachten vinden troost in hun banaliteit, ze verzanden in de clichés van het alledaagse. In isolatie ontwaakt het besef: ik ben wie ik denk dat ik ben en met niets ben ik tevreden, tot ik inzicht verwerf.  

De Vrije Hogeschool staat stellig niet alleen in haar streven om mensen een plek te bieden het eigen levensmotief te hervinden. ‘Eeuwig herbouwt zich hetzelfde huis van het zijn’. De grote kunstwerken, de wereldliteratuur, de canon van de schilderkunst, de muziekgeschiedenis, maar ook de Bijbel, de Koran en de Upanishads, alle grote religieuze werken en alle grote kunstwerken trachten de verhouding tussen het absurde en de scheppende mens te doorgronden.  

In een reeks bespiegelingen over de scheppende mens in onszelf zullen onder andere aan het woord komen: Dante, Shakespeare, Goethe, Zola, Rilke, Holbein, Virginia Woolf, Vasalis, Dag Hammerskjold, Etty Hillesum en de grote filmer van de stilte; Andrei Tarkovski.

Open samenwerking met ons netwerk wordt in deze reeks van harte begroet. 

Ik geef het stokje graag door aan Klaas van Egmond, oud-bestuurder van de Vrije Hogeschool. 

Gerrie Strik
Directeur Vrije Hogeschool

Beeld: Han Ernest

Deel deze pagina: