fbpx
In Schitterende Isolatie | column

In schitterende isolatie – ‘Zij heeft pas een roeping!’

Na een drukke werkweek met verschillende uitvaarten, lezingen en bezoeken, sprak ik op het schoolplein een moeder over het naderend weekend. Ik vertelde dat ik blij was dat ik niks op het programma had staan en dat ik even geen mensen hoefde te zien. Dat verbaasde haar. ‘Jij hebt toch een roeping?’ Zij bedoelde dat ze dacht dat ik dag en nacht bereid was mij in te zetten voor de goede zaak. Ik werd wat verlegen van haar opmerking. Ik ben bescheiden met grote woorden, en zeker als ze een zware lading hebben. Op dat moment stormde de klas naar buiten en zag ik de leerkracht van mijn kinderen. ‘Zij heeft pas een roeping!’, zei ik spontaan.

Volgens Calvijn zit in elke arbeid een roeping. Tenminste, als het goed is. Er is werk dat bij je past. Je wordt geroepen om kunstenaar, arts, leerkracht of landbouwer te worden. Vroeger hoefde je daar niet al te lang over na te denken. Dat werd je dikwijls trouwens ook niet gegund. Als jouw vader bakker was, dan werd jij geroepen om ook bakker te worden. We hebben tegenwoordig een grote vrijheid om onze roeping te ontdekken (mooi woord, ont-dekken. Het zit al in ons). Alleen, hoeveel tijd en ruimte wordt je daadwerkelijk gegeven om daar echt over na te denken? Na het behalen van je eindexamen, moet je binnen een paar weken je studiekeuze doorgeven. En de keuze voor je studie is veel bepalend. De rest van je leven ben je jurist, of theoloog, of onderwijzer. Een vriend van mij, een zestiger, stelde eens voor om aan mensen een tweede studieronde te bieden. Dat je op je vijftigste nog eens vijf jaar kan studeren, en dan een studie kunt kiezen die past bij jouw roeping als dat in de eerste ronde niet goed is gegaan. Soms ontmoet ik trouwens mensen die alsnog kiezen voor hun roeping. Zij kozen voor een bepaalde studie, misschien wel vanwege de druk van de omgeving, en kwamen er vervolgens achter dat ze steeds verder afdreven van hun roeping.

Hoe waardevol en mooi is het als je daar eerder achter komt, wat je roeping is. En dat je daar de tijd voor neemt. In 1997 verhuisde ik van Dakar naar Driebergen en volgde het pre-propedeutisch jaar aan de Vrije Hogeschool, nu het Liberal Arts Tussenjaar. Als ik er aan terugdenk, aan alle gesprekken die wij voerden overdag en ’s avonds op onze kamers of in de kroeg, ging het heel vaak over de vraag wat en wie je zou willen worden. In mijn woorden nu: waartoe voel je je geroepen? Wij waren wars van conventies en burgerlijk denken. Wij verbeeldden ons een creatieve en spraakmakende toekomst, innovatief en kleurrijk. Twintig jaar later is een groot aantal van ons gesetteld en daar blij mee, ik althans. Na omzwervingen in Leiden en Londen ben ik in Zeist neergestreken met mijn familie. Dankzij Facebook en andere kanalen heb ik regelmatig weer contact met mijn jaargenoten. En de gesprekken van toen worden al snel hervat. Het voelt als een appèl. Hoe authentiek durven wij te zijn, hoe trouw aan onszelf? Trouw aan de gesprekken die wij destijds voerden? Staan wij wel in onze kracht? De dagelijkse werkelijkheid kent zijn beperkingen, en in zekere zin ben ik daar ook aan gehecht, maar ik ben zeker ook gehecht aan het Vrije Hogeschool appèl, dat nog steeds doorklinkt. Word wie je bent en blijf trouw aan je roeping!

Op de Vrije Hogeschool besloot ik te kiezen voor theologie. Dat was geen vanzelfsprekende keuze, ik ben de eerste theoloog in mijn familie. Deze keuze durfde ik te maken dankzij de Vrije Hogeschool, waar geen keuze vreemd was of uit de toon. Ik denk (en voel vooral) dat de moeder op het schoolplein gelijk heeft. Ik heb mijn roeping gevonden. Ik doe wat bij mij past en wat ik graag wil zijn. Niet zonder aarzeling, maar wel uit een basisvertrouwen. Dat betekent niet dat ik elk uur van de dag trouw aan mijn roeping zit te zijn. Ik ben lang niet altijd een mens uit één stuk en dat is maar goed ook. Maar ik weet mij geroepen. Dat besef daalt op mij neer in Zeist, op het schoolplein van de Vrije School, om de hoek van de Vrije Hogeschool!

Joost Röselaers
Alumnus Vrije Hogeschool en lid van de Raad van Advies

Deze column is de derde in de reeks ‘In schitterende isolatie’. De eerste column werd geschreven door Gerrie Strik en ging over de scheppende mens in onszelf. Zij gaf het stokje door aan Klaas van Egmond, die schreef over een Brave New World na de coronacrisis.

Deel deze pagina: