fbpx
Nieuws

De Vrije Hogeschool: Al 50 jaar noodzakelijk

Hoe het begon 

Mei 1968, een tijdperk loopt ten einde. Duizenden studenten van de Sorbonne gaan de barricaden op. De verbeelding moet aan de macht! Over de hele wereld vindt deze eis weerklank. Ook in Nederland.  In december 1968 plaatst Bernard Lievegoed, voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland, een ‘Oproep aan de leden’. Hij schrijft: ‘in het bestuur en de kern (is) het volgende plan gerijpt: het stichten van een centraal vormingsinstituut en conferentiecentrum voor jongeren van 18 tot 24 jaar.’ De hoofdactiviteit moet, aldus Lievegoed, bestaan uit een ‘vrij studiejaar’.  De eerste tijd is het initiatief naamloos. ‘De naam Vrije Hogeschool ontstond om aan te geven dat men zich onafhankelijk van de overheid opstelde en omdat de naam Vrije Universiteit reeds door een andere instelling in gebruik was genomen’ schrijft Adriaan Déking Dura, medeontwikkelaar van de Vrije Hogeschool en de Triodos bank[1].

Wat was de raison d’être van De Vrije Hogeschool?

‘We zagen in de jaren zestig dat er een moeilijke tijd op ons afkwam en
dat de jongeren van toen zich goed moesten voorbereiden op hun
taken. In groepen rondom Bernard Lievegoed werd gesproken over de
mogelijkheid van een cultureel antroposofisch centrum te starten,
bedoeld voor heel Nederland, waar de jongeren zouden kunnen worden voorbereid op de situatie die eind van de eeuw zou ontstaan’. 

Sinds het prille begin van De Vrije Hogeschool is iets wezenlijke veranderd in het hoger onderwijs. In 2012 maakte staatssecretaris Halbe Zijlstra ‘prestatieafspraken’ met alle Nederlandse universiteiten en hogescholen. Die afspraken waren gericht op het verbeteren van “de prestaties van het onderwijs, door verhoging van het rendement van het onderwijs, vermindering van de uitval in investeren in onderwijsintensiviteit” (VSNU 2011)

Excellentie in het hoger onderwijs

Tijdens deze grootste onderwijsbezuiniging ooit stelde het OCW echter tevens 61 miljoen beschikbaar voor ‘excellentie in het hoger onderwijs’. Elke universiteit heeft sindsdien een University College of een Honours afdeling en streven naar excellentie is sindsdien wijder verbreid dan ooit: alle studenten moeten excelleren. 

Excellentie programma’s blijken echter niet te gaan over kritisch denken, wereldvisie of creativiteit, maar over het creëren van een voorsprong bij sollicitaties naar een functie in de wetenschap, het bedrijfsleven of de overheid. Excellentie blijkt dus vooral over de voorsprong op anderen te gaan (Andreoli 2020).  

Het spreekt niet vanzelf dat meer kennis leidt tot maatschappelijke verantwoordelijkheid als niet duidelijk is waartoe die kennis aangewend wordt. Het spreekt niet vanzelf dat beroepsexcellentie van specifieke bevoorrechte groepen leidt tot een betere wereld. Het gemak en de onduidelijkheid waarmee we over excellentie spreken heeft geleid tot een onuitgesproken consensus over wat excellentie is, en die is in de praktijk extreem leeg: namelijk ‘zonder vertraging hoge cijfers halen’. 

Maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt niet gehonoreerd in een systeem waarin studenten wordt geleerd dat ze met elkaar concurrerende individuen zijn en dat hun talent moet worden ingezet om de eigen positie te verbeteren. 

De wereld van morgen mogelijk maken 

In De Mooiste Tijd van je levenkomt Toske Andreoli tot constatering dat ons huidige onderwijs leidt tot losgezongen individuen die niets met elkaar te maken hebben.  

“Als studenten niet de ruimte krijgen om elkaar te helpen en elkaar te vertrouwen, niet kunnen oefenen in medestander zijn in plaats van tegenstanders, en als ze geleerd hebben dat hun talenten alleen voor hun eigen gewin dienen, dan bestaat de samenleving binnen de komende decennia uit losgezongen strijdende individuen, die in het beste geval een som der delen vormen maar nooit meer dan dat”. 

De samenleving, aldus Andreoli, mist dan het mooiste ‘menselijke kapitaal’ dat we hebben: enthousiaste, creatieve, ontwikkelde mensen die betrokken zijn op elkaar en hun omgeving. Het is dan ook niet alleen het individu maar de samenleving als geheel die ernstig schade toegebracht wordt als we steeds meer afgestudeerden afleveren die faalangstig, gestresst en al heel jong diep vermoeid, maar wel excellent zijn. 

Onderwijs is geen productielijn met input en output. Het doel van het hoger onderwijs is talentontwikkeling en persoonlijkheidsvormingen en het ontwikkelen van oordeelsvermogen. Daarvoor moet de student meer dan ooit in onze educatieve geschiedenis op zoek naar antwoorden op vragen als: Wat kan ik? Wie ben ik? Wat wil ik? Wat is de richting waarin ik koers? 

Missie 

De Vrije Hogeschool wil jonge mensen ruimte te bieden om voordat zij gaan studeren te werken aan het eigen levensmotief. Niet om te excelleren maar om een vrije bijdrage te kunnen leveren aan de wereld, hoe bescheiden ook. Het ontwikkelen en behartigen van je levensmotief is een fundamenteel mensenrecht. Elk mens mag er zijn. Het complement is, dat elk mens de innerlijke opgave in zich draagt bij te dragen. Zij veronderstelt dat ‘mens worden’ een pad is van geestelijke ontwikkeling, van het streven zo goed mogelijk te beantwoorden aan het hoogste in onszelf, het is de kracht waardoor, aldus Rudolf Steiner, ‘de mens zich wil opwerken tot de top van zijn persoonlijkheid’. 

Meer dan 50 jaar zijn voorbijgegaan sinds het prille begin in 1971. Er is veel, heel veel gebeurd sindsdien. Een ding is gebleven: De noodzaak van een Vrije Hogeschool -waar we studenten leren wie ze zijn, en leren om te zoeken naar een hoger doel in hun leven, en om onze school te verlaten als betere mensen-  is groter dan ooit geworden. 

Gerrie Strik
rector Vrije Hogeschool

U kunt de lezing van Gerrie Strik voor de Antroposofische Vereniging op donderdag 25 maart via deze link terugkijken.


[1]Adriaan Déking Dura, Een nieuwe fase in de ontwikkeling van de Vrije Hogeschool en de Stichting Vrij Geestesleven, januari 1985.

Deel deze pagina: