fbpx
Nieuws

Van tijd hebben naar tijd zijn. De derde levensfase

Door Joke Hermsen

Rust wordt sinds de oudheid als voorwaarde voor het creatieve denkproces beschouwd. Niet alleen door geleerde filosofen, maar ook door veel schrijvers en dichters: ‘Creativiteit komt rechtstreeks voort uit niets doen,’ zoals Agatha Christie schreef. Mijmeren, dagdromen of niets doen zijn niet alleen van belang voor ons mentale en fysieke welzijn, maar ook voor onze verbeeldingskracht. Er is rust en verstilde tijd nodig om onze innerlijke reflectie op gang te brengen.

            Hoe gaan we hiermee om in derde levensfase? Velen van ons leefden voor de onze pensionering enigszins gespannen voet met de tijd, want vaak geplaagd door het gevoel van tijdstress of tijdgebrek. Van de ene op de andere dag worden we ondergedompeld in zeeën van tijd. Wat doet dit met ons en met onze ervaring van tijd?  

            Het is wennen in het begin. De tijd is ineens aan ons, maar hoe geef je die verhouding van zelf tijd zijn vorm? We hebben immers geleerd om tijd vooral aan het werkwoord ‘hebben’ te verbinden. Tijd is een kwestie van al dan niet ‘tijd hebben’ voor werk, afspraken, deadlines, examens en overige verplichtingen. Tijd is daarnaast uitgegroeid tot het meetinstrument voor de hoogte van ons salaris, aangezien we in uren uitbetaald worden. 

            Dit alles leidde tot een ‘vereconomisering’ van tijd: tijd is in de loop van de 20e eeuw ‘geld’ geworden. Binnen de filosofie wordt dit als een grove reductie gezien. Want we vergeten daarbij dat we zelf ook tijd zijn. Tijd is zelfs het fundament onder ons bestaan. Als we ons als mensen al ergens ophouden, dan is het in de tijd. We zijn in de tijd verzonken wezens, die kunnen nadenken over het verleden en kunnen dagdromen over de toekomst. Pas vanuit deze verankering in de innerlijk ervaren tijd kan onze creativiteit gaan stromen.

            Nu we ineens thuis komen te zitten, de agenda’s leeg raken, en tijd plotseling in overvloed aanwezig is kunnen we ons opnieuw over de verhouding tussen ‘tijd en zijn’ buigen. Dat is wennen, omdat we opnieuw moesten leren om de tijd die van ons vervreemd is geraakt, weer terug te vinden. We staan ineens in de voetsporen van Proust en gaan  bewust of onbewust ‘op zoek naar de verloren tijd.’

            We kunnen deze alleen op het spoor komen als we niet onder druk hoeven te presteren, te concurreren of economisch ‘rendabel’ hoeven te zijn. Alleen als we rust nemen, naar muziek luisteren of een boek lezen zijn we niet met ‘tijd hebben’ bezig, maar verliezen we ons in het moment zelf, als een eeuwigdurend ogenblik, dat ons terugbrengt bij ons zelf. Vaak hebben echter niet vrijwillig voor voor onze pensionering gekozen, en dus valt het nog te bezien in hoeverre mensen zich daadwerkelijk voor deze ervaring van tijd kunnen openstellen of dat we slechts proberen om ‘de tijd te doden.’ 

            Wat de derde levensfase evenwel duidelijk maakt is dat we de vervreemding die het ‘tijd is geld’ principe ten opzichte van ons zelf, de anderen en de natuur heeft veroorzaakt, een halt moeten toeroepen. Hopelijk leert deze periode onze aandacht te verleggen naar zaken die ons tot mens maken en er werkelijk toe doen: verbinding, inspiratie en creativiteit. Deze tijd kan tot een collectief momentum uitgroeien waarin we het tij keren en werkelijk op creatieve wijze een duurzame en solidaire wereld vorm gaan geven. Laten we hopen dat voldoende mensen zich realiseren dat dit feitelijk onze enige optie is.

Joke Hermsen 29-06-2020 

Deel deze pagina: