De oprichting

In 1971 richtte Prof. dr. Bernard Lievegoed de Vrije Hogeschool op. Zijn doel: jonge mensen begeleiden bij het zoeken naar hun eigen ideaal. Hij moedigde ze aan hun dromen vorm te geven en te geloven in zichzelf. Hij leerde ze om hun dromen te verbinden met de praktijk, met vragen in de wereld. Bernard Lievegoed was maatschappelijk betrokken, ondernemend en geïnteresseerd in het bewustzijn van de mens. Hij liet zich persoonlijk inspireren door diverse stromingen, onder andere antroposofie. Vanuit deze antroposofische levensinstelling werd op de Vrije Hogeschool al snel gewerkt met drie leergebieden: wat je voelt & wilt (hart), wat je denkt (hoofd), en wat je daarmee doet (handen).

Bernard Lievegoed

Prof. dr. Bernard Lievegoed (1905–1992) was een bezield vernieuwer op diverse gebieden, waaronder de kinder- en jeugdpsychiatrie, het wetenschappelijk onderwijs en de organisatieontwikkeling. Hij verwierf grote (inter)nationale bekendheid met boeken als ‘Organisaties in ontwikkeling’ (1969), ‘De levensloop van de mens’ (1976) en ‘Mens op de drempel’ (1983). Van 1971 tot 1982 was hij rector op de Vrije Hogeschool.

“Inzichten die je op eigen kracht hebt verworven”

Het beheren van je leven was een belangrijk thema voor Lievegoed. Niet volgens een vaste methode, maar: “op basis van inzichten, die je op eigen kracht hebt verworven. Die niet alleen in je ‘denken’ leven, maar ook werkelijk in je ‘voelen’ en ‘willen’ realiteit zijn geworden. Je bepaalt zelf je handelen en je weet dat je er zelf ook verantwoordelijk voor bent. Je kunt die verantwoordelijkheid niet meer afschuiven op anderen, op een methode, op Rudolf Steiner, of op wie of wat dan ook.“ Uit ‘Het oog van de naald’ (1991)

Rode draad

Als rode draad door het leven van Bernard Lievegoed loopt het thema ontwikkeling. In een van zijn lezingen zei Bernard Lievegoed: “Ik geloof dat het voor onze ontwikkelingsweg van belang is dat je vragen durft te stellen en dat je die vragen durft vol te houden, durft vast te houden. Want vragen is het enige dat je verder brengt. Voor mij is een vraagstelling belangrijker dan het vinden van een antwoord, want de vraag brengt je op een weg, die je op dingen brengt die anders zijn dan het antwoord dat je aanvankelijk dacht te kunnen geven.”